Dit is de bouw in de afgelopen maand en een vooruitblik

In de 4-wekelijkse Sector update houdt Jan van der Doelen, sectorbankier binnen de bouw, je op de hoogte houden van de laatste inzichten. ''Dit kan je helpen om vooruit te denken en te acteren. Zeker nu is het belangrijk om niet af te wachten.''

Het beeld van de afgelopen weken

De nieuwe gedeeltelijke lockdown lijkt vat te hebben op de bouwproductie, zo blijkt uit een onderzoek van USP in opdracht van Cobouw. Vooral infrabedrijven geven aan minder productie te realiseren. Daarnaast blijkt uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouw dat de orderportefeuilles over augustus nagenoeg gelijk waren aan die van juni. De orders nemen dus niet af, terwijl de productie ietwat stokt, door bijvoorbeeld hoger ziekteverzuim en langere procedures.

Mogelijk moet er in 2021 versneld gaan worden, om de achterstand in productie in te lopen. Omdat de impact van de huidige gedeeltelijke lockdown nog niet duidelijk is, is het te vroeg om onze vooruitzichten bij te stellen. Het beeld bij het merendeel van onze klanten is overwegend positief met enige reserve naar 2021. Een eenduidig beeld van de gehele markt is nu dus moeilijk te geven. In een optimistisch scenario stelt McKinsey dat wellicht in het 1e of 2e kwartaal van 2021 een transitie naar ‘normaal’ zou kunnen plaatsvinden omdat vaccins beschikbaar komen.

McKinsey over de toekomst van de bouwsector

In een onlangs gepubliceerd stuk met als titel: "Rise of the platform era: The next chapter in construction technology" geeft McKinsey haar toekomstvisie op de (globale) bouwsector. Hun conclusie is, dat het mandaat voor verandering en technologische acceptatie in de bouw nog nooit zo sterk is geweest. En dat financiële en strategische investeerders een snelle expansie van de bouwtechnologie-industrie blijven stimuleren.

De COVID-19-pandemie heeft alleen maar gezorgd voor extra urgentie voor de reeds bestaande uitdagingen op het gebied van productiviteit en het werken met data. Het kunnen formeren van succesvolle platformen zal hierin centraal staan. In Nederland zien we ook al enige tijd een opmars van digitalisering in de bouw. En verdere industrialisering wint aan momentum. Zo merken wij dat steeds meer investeerders hun interesse tonen. Digitalisering en industrialisering is nodig om sneller, goedkoper en klantgerichter te produceren.

Plannen van Minister Ollongren om de woningbouw aan te jagen

Dat de bouw van voldoende (betaalbare) woningen prioriteit voor het kabinet is, werd tijdens Prinsjesdag duidelijk. Daarom heeft Minister Ollongren nieuwe afspraken gemaakt met de provincies om de plancapaciteit waar nodig naar 130% te brengen tot 2030. Dit is van belang omdat gemaakte plannen soms ook sneuvelen of vertragen, 100% is dan niet voldoende. 130% is daarbij niet een doel op zich, maar een middel om een grotere zekerheid te krijgen dat de benodigde woningbouwproductie behaalt kan worden.

Overleg met zeven van de twaalf provincies heeft nu al ruimte voor 150.000 extra woningen opgeleverd die tot 2030 gebouwd moeten worden. Overleg met de overige provincies vindt de komende weken plaats. Provincies worden ondersteund door het beschikbaar stellen van kennis en expertise op het gebied van planvorming en realisatie. Hiervoor werd industrialisering van de bouwproductie al aangehaald. Dit gaat gepaard met grote investeringen. Belangrijke voorwaarde om deze investeringen mogelijk te maken en te versnellen is een voorspelbaarheid in de productie. Dit om onderbezetting (en dus exploitatieverlies) in de productielocaties te voorkomen. Deze plannen van Ollongren beogen deze voorspelbaarheid te vergroten.

De investeringscapaciteit van de WBC’s volgens het EIB

Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft zeer recent een rapport uitgebracht over de woningbouwopgave tot 2035 en de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties. Belangrijke conclusies zijn:

  • Uitbreidingsvraag: 900.000 woningen in de periode 2020-2035 als gevolg van de voorspelde groei van het aantal huishoudens. Dit is een toename ten opzichte van een eerdere raming. De oorzaak hiervan is het aantal verwachte migranten dat in Nederland gehuisvest moet worden.
  • Vervangingsvraag: 245.000 woningen in de periode 2020-2035, omdat er jaarlijks gemiddeld 16.000 woningen worden gesloopt.
  • Woningtekort kent geen solide grondslag. Het berekende tekort aan woningen (momenteel ca. 340.000 eenheden) mag niet 1:1 vertaald worden in noodzakelijke extra productiebehoefte. Desalniettemin blijft de woningbouwopgave voor de komende jaren fors.
  • De woningbouwcorporaties in Nederland zijn goed toegerust om deze ambities te realiseren. Een eerder onderzoek van drie ministeries is door EIB nader onderzocht. De getrokken conclusies van de ministeries worden door EIB niet gevolgd. In de gereguleerde huursector moeten naar verwachting tot 2035 220.000 woningen worden gebouwd. Voor die taak zijn de corporaties voldoende uitgerust.


Bron: Van der Doelen, J. (2020, november). Sector update Building & ConstructionGeraadpleegd van ING

Publicatie datum: 19 november 2020

Meer nieuws

Kisito Zonneveld Consultant Bouw, Installatie- en Civiele techniek